Verder volgens...
200

De schuld die je niet ziet
Vorige week ging het over de opgelopen rente. Begrijpelijk: hogere rentes veranderen waarderingen, begrotingen en beleggingskeuzes. Maar misschien ligt de meest prangende vraag niet vóór ons, maar achter ons: wat deden we toen lenen nagenoeg gratis was?
Ik moest denken aan de Oostenrijkse honderdjaarslening. Jaren geleden zat ik tussen twee obligatiecoryfeeën toen Wenen geld ophaalde voor een eeuw, tegen een coupon van 2,1 procent. Later volgde zelfs eeuwpapier met een rente ruim onder de één procent.
Voor beleggers was het een gewaagde gok op renterisico en renteschommelingen. Voor Oostenrijk was het iets wezenlijk anders: financiering. Geen marktrisico, maar een voor een eeuw vastgezette rekening. Een staat die geld leent voor honderd jaar, koopt simpelweg tijd. Zolang de economie groeit en het algemene prijsniveau toeneemt, verdampt de reële last van die schuld vanzelf.
Natuurlijk kon Nederland in 2017 niet met zekerheid voorspellen waar de rente vandaag zou staan. Maar dat rentes ooit weer zouden stijgen was altijd een reële mogelijkheid; de gigantische investeringsopgave was daarentegen een absolute zekerheid. Windparken op zee, verzwaring van een overbelast stroomnet, grootschalige woningbouw, defensie en industriële verduurzaming kwamen niet uit de lucht vallen. Samen vormen ze het fysieke fundament onder onze toekomstige welvaart. Juist daarom schuurt het dat we de lage rente destijds vooral zagen als een meevaller voor de begroting, en niet als een kans om noodzakelijke investeringen spotgoedkoop vast te klikken voor de lange termijn.
Nederland koos resoluut voor boekhoudkundige deugd. Een lage staatsschuld gold als hét bewijs van verstandig rentmeesterschap. Begrotingsdiscipline is waardevol, zeker in een vergrijzend land waar collectieve uitgaven aan zorg, defensie en klimaatadaptatie stijgen. Maar boekhoudkundige zuinigheid is niet hetzelfde als economische voorzichtigheid.
Schuld vraagt om een scherp onderscheid naar aard en doel. Lopende consumptie financieren met schuld vergroot de kwetsbaarheid van een economie; productieve investeringen in vitale infrastructuur en innovatie maken ons juist weerbaar. Wat we de afgelopen tien jaar niet leenden, verschijnt weliswaar niet op de balans van het ministerie van Financiën, maar uit zich vandaag wel in netcongestie, een vastgelopen woningmarkt en haperende netwerken. Die schuld is niet verdwenen; ze is simpelweg omgezet in achterstallig onderhoud. Zeker bij lage reële rentes is lang lenen voor vitale infrastructuur geen roekeloosheid, maar verstandig risicobeheer.
Bovendien fungeert zo’n publiek fundament als noodzakelijke hefboom. Nederlands pensioengeld zoekt naar stabiele en renderende langetermijnbeleggingen, maar kan pas effectief bijdragen als de overheid kaders en infrastructuur neerzet.
Nu de rente is gestegen, liggen dezelfde dossiers er nog steeds, alleen tegen aanzienlijk hogere kosten. Niet lenen leek de meest voorzichtige route. Maar wanneer noodzakelijke investeringen uitblijven, verdwijnt de rekening niet; ze schuift simpelweg door naar toekomstige generaties, mét rente.
Overheidsschuld moet daarom niet enkel worden beoordeeld op het bedrag op de balans, maar op de kwaliteit en het maatschappelijk rendement van de investeringen. De ware toets is immers niet hoeveel we lenen, maar of we daarmee een economie bouwen die de lasten van morgen kan dragen.
In 'Verder volgens...' duiden de auteurs op persoonlijke titel financiële thema's.
Deze week geschreven door Teun Loermans, Senior Investment Strategist.
Wil je reageren op dit artikel? Mail ons >
Achmea Investment Management
Investment Strategy
Postadres Postbus 866, 3700 AW Zeist
Bezoekadres Handelsweg 2, 3707 NH Zeist