Uitgelicht

200

De VAE verlaten OPEC: Tragedy of the commons in olieland

De tragedy of the commons

De oliemarkt krijgt steeds meer trekken van een klassieke tragedy of the commons. Denk aan een gezamenlijke weide. Voor iedere boer is het rationeel om één extra koe te laten grazen. De opbrengst is voor hemzelf, terwijl de schade aan de weide wordt gedeeld. Maar als iedereen dat doet, raakt de weide overbegraasd. Voor olieproducenten werkt het vergelijkbaar. Voor ieder land is extra productie aantrekkelijk zolang de olieprijs hoog is. De extra inkomsten vloeien naar de eigen staatskas. De neerwaartse druk op de olieprijs wordt gedeeld door alle producenten. Als iedereen meer pompt, ontstaat overaanbod en daalt de prijs voor de hele groep.

OPEC moest dit probleem beheersbaar maken

OPEC probeert dit collectieve-actieprobleem te beheersen. Het kartel bewaakt de gemeenschappelijke weide door productie te coördineren en waar nodig te beperken. Minder aanbod moet zorgen voor een hogere en stabielere olieprijs. Dat werkt alleen als leden geloven dat discipline meer oplevert dan eigenbelang. Zolang iedereen zich aan de afspraken houdt, profiteert de groep. Maar voor individuele landen blijft de verleiding groot om net iets meer te produceren dan is afgesproken. Juist dat maakt kartels kwetsbaar.

De VAE leggen die kwetsbaarheid bloot

Het vertrek van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) uit OPEC is daarom meer dan een ruzie over quota. Het laat zien dat de onderlinge belangen steeds verder uiteenlopen. Voor de VAE is dat goed te verklaren. Het land heeft geïnvesteerd in extra productiecapaciteit en produceert tegen relatief lage kosten. Dan is het weinig aantrekkelijk om vaten in de grond te laten zitten omdat andere landen prijssteun nodig hebben. Wat rationeel is voor Abu Dhabi, is niet automatisch goed voor OPEC als geheel.

De energietransitie vergroot de haast

Die spanning wordt versterkt door de energietransitie. Zolang de wereldwijde olievraag structureel groeide, was het logisch om reserves te sparen. Olie in de grond kon later waarschijnlijk nog tegen een betere prijs worden verkocht. Die redenering wordt minder vanzelfsprekend. Elektrificatie, efficiëntieverbetering en klimaatbeleid drukken op de langetermijnverwachtingen voor olie. Olie verdwijnt niet van vandaag op morgen, maar producenten zijn minder zeker dat toekomstige vaten meer waard zijn dan huidige vaten. Voor lagekostenproducenten zoals de VAE wordt de prikkel dus groter om nu marktaandeel te pakken. Niet omdat olie morgen overbodig is, maar omdat de beste verkoopmomenten mogelijk dichterbij liggen dan eerder gedacht.

De sterkste producenten winnen marktaandeel

Daarmee raakt de energietransitie producenten ongelijk. Landen met lage kosten, grote reserves en sterke balansen kunnen langer concurreren. Producenten met hoge kosten of kwetsbare overheidsfinanciën hebben minder ruimte. In een wereld waarin de vraag minder hard groeit, wordt niet elk vat olie even aantrekkelijk. Goedkope en betrouwbare productie wint marktaandeel. Dure productie komt sneller onder druk. Voor de VAE is dat een strategisch argument om capaciteit niet onbenut te laten.

OPEC is belangrijk, maar niet almachtig

Die strategische afweging speelt zich bovendien af in een markt die breder is dan OPEC. Het kartel is nog altijd een belangrijke factor, maar controleert niet langer de oliemarkt zoals het klassieke beeld soms suggereert. Afhankelijk van definitie en meetmoment komt grofweg 35% tot 40% van de wereldwijde ruwe olieproductie uit OPEC-landen. De bredere OPEC+-groep, inclusief landen als Rusland, was in 2024 goed voor ongeveer 47% van de mondiale ruwe olieproductie. Dat blijft veel, maar is minder dan rond de start van OPEC+ in 2016, toen het aandeel dichter bij 53% lag. Daar komt bij dat de grootste producent ter wereld buiten OPEC zit: de Verenigde Staten. De oliemarkt is dus competitief. Dat maakt discipline binnen OPEC belangrijker, maar ook moeilijker.

Saoedi-Arabië draagt de zwaarste last

Als de discipline afneemt, komt de druk vooral bij Saoedi-Arabië te liggen. Het land is de grootste en meest flexibele olieproducent binnen de OPEC+. Riyad fungeert daardoor vaak als de producent die balans in de markt brengt door de olieproductie op te voeren of door deze juist terug te schroeven. Maar als anderen minder meedoen, betaalt Saoedi-Arabië de rekening terwijl concurrenten marktaandeel winnen. Dat is op termijn moeilijk vol te houden. Ook Saoedi-Arabië heeft olie-inkomsten nodig voor binnenlandse investeringsplannen en economische diversificatie. Als het te veel productie opgeeft, verliest het inkomsten én marktaandeel. Daarom kan Riyad proberen nieuwe afspraken af te dwingen. Maar het kan ook besluiten minder te stabiliseren en meer productie toe te laten.

De olieprijs krijgt op termijn minder steun

Op korte termijn blijft de oorlog in het Midden-Oosten de dominante factor voor de olieprijs. Op termijn zal de prijs waarschijnlijk wat dalen. Minder karteldiscipline betekent meer kans op extra aanbod. De gedachte dat OPEC bij prijszwakte altijd ingrijpt, wordt minder betrouwbaar. Op lange termijn kan dat leiden tot structureel lagere prijzen. Niet omdat olie geen rol meer speelt, maar omdat producenten sterker concurreren om marktaandeel. De energietransitie versterkt dit effect. Hoe onzekerder de toekomstige vraag, hoe groter de prikkel om vandaag te produceren. Tegelijk verdwijnt de volatiliteit niet. De markt blijft gevoelig voor geopolitiek, transport, voorraden en verstoringen in cruciale routes. Minder kartelsteun kan dus samengaan met meer prijsschokken: diepere dalen en hogere pieken.

Europa krijgt lucht, maar geen zekerheid

Voor Europa kan een lagere olieprijs op termijn gunstig zijn. Die drukt de energie-inflatie en verlaagt kosten voor consumenten en bedrijven. Maar het voordeel is kwetsbaar. Door één geopolitieke verstoring kan het beeld snel veranderen. Bovendien maakt de energietransitie Europa niet automatisch onafhankelijk. Minder olie- en gasafhankelijkheid gaat samen met nieuwe afhankelijkheden van kritieke grondstoffen, batterijen, elektriciteitsnetten en industriële capaciteit. Op lange termijn verschuift het energieprobleem dus. Europa wordt minder gevoelig voor olieproducerende landen, maar mogelijk gevoeliger voor andere grondstoffenketens, netcongestie en industriële achterstand. Energiepolitiek wordt niet eenvoudiger, maar anders.

Beleggers moeten selectiever zijn

Voor beleggers betekent dit dat olie minder vanzelfsprekend een schaarstebet is. Een zwakker OPEC verlaagt de structurele prijssteun, terwijl de energietransitie de langetermijnvraag onzekerder maakt. Dat vraagt om selectie. Lagekostenproducenten met sterke balansen zijn beter gepositioneerd dan bedrijven die hoge olieprijzen nodig hebben. Energiebedrijven met flexibiliteit, gasactiviteiten, handelscapaciteit of investeringen in transitie-infrastructuur hebben meer opties. Tegelijk blijft olie relevant als hedge tegen bepaalde geopolitieke schokken. Maar als structurele inflatiehedge is het verhaal minder overtuigend. De kern voor de lange termijn: wat rationeel is voor één producent, nu meer verkopen, kan de prijszettingsmacht van de hele groep ondermijnen. Dat is de tragedy of the commons in de oliemarkt.

In 'Uitgelicht' lichten de auteurs een actueel onderwerp dieper uit.

Deze week geschreven door Teun Loermans, Investment Strategist.

Wil je reageren op dit artikel? Mail ons >

Achmea Investment Management

Disclaimer

Investment Strategy

Postadres Postbus 866, 3700 AW Zeist

Bezoekadres Handelsweg 2, 3707 NH Zeist

Deel deze pagina